Wat is suiker?

Suiker is een koolhydraat en koolhydraten zijn hoofdbestanddelen (macro-nutriënten) van onze voeding, samen met eiwitten en vetten. De functie van koolhydraten in onze voeding is ons van energie te voorzien en daarom zou je denken dat ze daarbij een belangrijke functie hebben. Niets blijkt minder waar, nu we meer en meer leren over koolhydraten.

Maar eerst over suiker: suiker is dus een zoet smakende koolhydraat. De meeste suikers zijn plantaardig (worden gewonnen uit suikerbiet of suikerriet), behalve honing en lactose. Deze laatste worden gemaakt door of vanwege een dier (bijen, koeien, schapen, geiten, paarden).
Als we spreken over ‘suiker’ bedoelen we meestal tafelsuiker (geraffineerde witte kristalsuiker) of rietsuiker. Met ‘suikers’ bedoelt men koolhydraten.

Koolhydraten zijn opgebouwd uit één of meer bouwstenen; dat zijn monosachariden. Wij kennen in onze voeding drie soorten monosachariden: glucose, fructose en galactose. Monosachariden komen voor als een los molecuul, maar ze kunnen ook voorkomen in een keten. Als zo’n keten uit twee moleculen bestaat heet het disacharide. Als zo’n keten uit tot vele duizenden moleculen bestaat heet het polysacharide. Suiker is opgebouwd uit twee moleculen (glucose en fructose) en is dus een polysacharide. Zetmeel (uit tarwe bijvoorbeeld) bestaat uit meer dan duizend glucosemoleculen en is dus een polysacharide.

Koolhydraten

Enkelvoudige koolhydraten:

➔monosachariden (glucose, fructose, galactose)

➔disachariden (sucrose, lactose, maltose). Deze zitten o.a. in snoep, frisdrank, vruchtensap, melk.

Meervoudige koolhydraten

➔ Verteerbaar zetmeel (granen, aardappelen, rijst, groenten, knollen)

➔ Onverteerbare voedingsvezels (granen,
fruit, groenten)

Snel versus langzaam

Misschien heb je er wel eens over gehoord: snelle en langzame suikers. De mono- en disachariden zijn snelle suikers. Ze hebben een korte keten die snel door het lichaam wordt gesplitst. Deze suikers zitten dus sneller in je systeem en beïnvloeden je bloedsuikerspiegel sneller. Polysachariden (meervoudige suikers) hebben lange ketens. Het kost het lichaam meer tijd om deze ketens af te breken tot monosachariden, waarna ze pas door het lichaam kunnen worden opgenomen. Wij noemen ze ‘langzame suikers’ omdat het hele proces meer tijd kost.

GI

De Glykemische Index (GI) wordt uitgedrukt in een getal en is een andere manier om te bepalen of suikers uit bepaalde voeding snel of langzaam door het bloed worden verwerkt. Tegenwoordig hoor je hier steeds vaker over. De GI zegt hoe snel koolhydraten verteerd worden. En dat bepaalt weer hoe snel ze in het bloed worden opgenomen. Een GI vanaf 50 is hoog. Alles daaronder is laag. Honing, suiker, aardappelen en rijst hebben bijvoorbeeld een hoge GI. Hard fruit, peulvruchten, yoghurt en noten hebben een lage GI. Maar je kunt ook door veel kauwen, beetgaar bereiden en combinaties met eiwitten en vetten de verteringssnelheid van voedingsmiddelen beïnvloeden.

Natuurlijke suikers en toegevoegde suikers

Op veel producten lees je ‘natuurlijke suikers’ of ‘zonder toegevoegde suikers’. Suiker in frisdrank, ijs, koek, snoep, enz. is toegevoegd. Maar aan bijna alle bereide producten (tot aan theezakjes en vleeswaren toe) worden suikers toegevoegd. Dat noemen we ‘verborgen suikers’.
Aan onbewerkte melkproducten, groenten, granen en vruchten zijn geen suikers toegevoegd, maar zij bevatten wèl suikers. Dit zijn natuurlijke suikers. Dus hoewel op een verpakking kan staan dat er geen suikers zijn toegevoegd, kan een product weldegelijk veel suikers bevatten. En voor je bloedsuikerspiegel zijn suikers nu eenmaal suikers. Het maakt niet uit of ze zijn toegevoegd, of zich van nature in de producten bevinden. Lichamen die problemen hebben ontwikkeld met de verwerking van koolhydraten en suikers (diabetes-2, obesitas en andere metabolisme-gerelateerde ziektebeelden) maken geen onderscheid meer tussen langzaam of snel, natuurlijk of toegevoegd, geraffineerd of ongeraffineerd.

Productdeclaratie op etiket

Productdeclaratie op etiket

Op elk bereid product kun je een productdeclaratie lezen. Hierop staan macro- en micronutiënten vermeld. In grammen, en altijd ten opzichte van 100 gr of ml, maar vaak ook per portie of per verpakking. Wij raden aan om bij de aanschaf van producten altijd die declaratie te lezen! Let ook op de ingrediëntenlijst, maar in de declaratie vooral op de hoeveelheid ‘koolhydraten’ en de hoeveelheid ‘waarvan suikers’.

Binnen een OKL-leefwijze is maximaal 20 gram koolhydraten per dag toegestaan. Dus ervan uitgaande dat koolhydraten zich in beperkte mate ook bevinden in groene groenten, slasoorten, olijfjes en dergelijke, blijft er eigenlijk geen ruimte over voor bereide kant-en-klaar-producten. Juist daarom is OKL zo’n gezonde leefwijze: àlles wordt vers bereid. Werkelijk nergens komt een potje, zakje of pakje aan te pas. Het vraagt het nodige van de kennis, vaardigheden en creativiteit van de chef in de keuken, maar beter en lekkerder eten is er niet!

Geraffineerde suiker

De Suikerstichting Nederland (“kenniscentrum suiker en voeding”) heeft een website die zich speciaal richt op leerlingen en docenten: www.suikerwereld.nl. Daar lezen we het volgende:

“Eerst worden de suikerbieten goed gewassen. […] Als de bieten goed schoon zijn, gaan ze
naar de snijmolens. Hier worden de suikerbieten in kleine reepjes gesneden (het lijken dan net frietjes). De suikerbietreepjes gaan via een lopende band naar een grote ketel met warm water. De suiker uit de suikerbietreepjes lost op en er ontstaat een soort zoete soep: ‘ruwsap’. Hier zitten suiker, water maar ook alle andere stoffen uit de suikerbiet zoals bijvoorbeeld eiwitten in. Alle andere stoffen worden uit het ‘ruwsap’ gehaald, waardoor alleen het water met suiker overblijft.
Dit noemen we ‘dunsap’. Deze ‘dunsap’ koken we net zo lang door tot al het water is verdampt en een dikke, zoete brij overblijft. Je kunt nu al suikerkristallen zien die in de dikke bruine stroop zitten. In een centrifuge wordt de kristalbrij hard rondgeslingerd en worden de kristallen van de stoop gescheiden. […] De kristalsuiker wordt opgevangen, wordt gedroogd en gekoeld en gaat naar de grote suikersilo’s voor opslag. Vanuit deze suikersilo’s worden vrachtwagens geladen voor fabrieken die allerlei voedingsmiddelen maken met suiker (zoals bijv. ijs, frisdrank, gebak en jam). Maar ook gaat deze suiker naar speciale fabrieken om te verpakken voor het kilopak in de supermarkt of om er een suikerklontje van te maken.”

Door deze bewerking bevat kristalsuiker geen vitaminen en mineralen meer. Alle voedingsstoffen die van oorsprong wel in de suikerbiet zaten zijn er uitgefilterd. Het is een ‘leeg’ product geworden. Niet alleen suikerbieten worden geraffineerd, maar ook rijst, meel, bloem en pasta. Belangrijke vezels, vitaminen en mineralen gaan verloren door de bewerking en de suikers worden daardoor veel sneller afgebroken tot monosachariden (glucose).

De Suikerstichting Nederland (“kenniscentrum suiker en voeding”) biedt ook een andere website: www.suikerinfo.nl. Op deze site publiceren zij als volgt:

“Onderzoekers hebben twee soorten diëten met elkaar vergeleken. Diëten hoog in koolhydraten en laag in vet tegenover diëten die juist laag in koolhydraten en hoog in vet zijn. In totaal hebben ze naar 32 onderzoeken gekeken, waarbij de hoeveelheid eiwit en het aantal calorieën gelijk was.
Conclusie: het verschil is minimaal maar bij diëten, hoog in koolhydraten en laag in vet, verbruik je gemiddeld meer energie en is het vetmassaverlies hoger. Dit gaat in tegen het idee dat je alleen van koolhydraten dik wordt omdat je lichaam insuline afgeeft, wat de opslag van voedingsstoffen stimuleert. Een calorie is gewoon een calorie. Alleen van te veel calorieën, ongeacht of dit uit vetten of koolhydraten komt, kom je aan.”

Dit is een bijzonder knap geschreven stukje. Er is geen woord aan gelogen en toch is wat er staat de allergrootste onzin!

Hier is onze uitleg:

je komt inderdaad aan wanneer je meer calorieën tot je neemt dan je lichaam nodig heeft voor de dagelijkse energieproductie. Dat is zo ongeveer het enige stukje ‘oude’ wetenschap dat inmiddels, binnen de naoorlogse voedingsleer, niet is neergesabeld door een overweldigende hoeveelheid modern-wetenschappelijke onderzoeken. Maar over één ding zijn we het dus wel eens: je valt pas af, wanneer je minder calorieën inneemt dan je verbruikt.

Maar… door geen koolhydraten en suikers meer te eten verandert het lichaam van een glucoseverbrander in een vet- (lees: ketonen-) verbrander. Wanneer je geen koolhydraten en suikers meer eet, zal ook je bloedsuiker niet meer pieken –elke keer wanneer je koolhydraten at– en derhalve ook niet meer dalen, –toen kreeg je altijd een energiedip en een hongergevoel–: het lichaam komt in ketose. Wanneer het lichaam in ketose is wordt je niet alleen gezonder; je voelt je energieker, fitter, alerter èn je hebt eigenlijk nooit honger. Omdat je nooit honger hebt, lukt het veel beter om eetmomenten te beperken tot 1 of 2 voedzame maaltijden per dag. En wanneer die maaltijden uit vooral eiwitten en vetten bestaan, geeft dit een beter en langer verzadigd gevoel. Snackmomenten? Daaraan heb je geen enkele behoefte meer. Sterker nog: dagenlang vasten zonder ook maar een moment van honger ligt binnen handbereik.

Conclusie: ketose zorgt voor een veel lagere calorie-inname zonder hongergevoel (waardoor je afvalt) èn ketose zorgt voor de verbranding van (overmatig) aanwezig lichaamsvet (waardoor je nog sneller afvalt).

En dan hebben we het nog niet gehad over de vele voordelen die ketonisch leven de gezondheid biedt: geen opgeblazen gevoel en/of buikpijnen meer, genezingsmogelijkheden voor allerlei ziektebeelden die met het metabolisme te maken hebben, minder kans op neurologische aandoeningen die met het vorderen van de leeftijd op de loer liggen en significante verbeteringen van bloedwaarden.